
De grondlegger van het Odd Fellowship heette Thomas Wildey. Hij is geboren in Londen in 1782. Vijf jaar na zijn geboorte werd hij wees.
Hier ligt de oorsprong van een onderdeel van het devies van de Orde, nl. dat men de wezen zal opvoeden. Hij werd in 1804 lid van een Londense Odd Fellow loge. In 1817 emigreerde hij naar Amerika en ging wonen in Baltimore. Hier richtte hij, samen met enkele andere uit Engeland geemigreerde Odd Fellows, op 26 april 1819 de Washington Loge nr. 1 op.
In die tijd was de situatie in Baltimore niet erg rooskleurig. De stad werd geteisterd door de gele koorts en er was sprake van een zeer grote werkeloosheid. Vanuit die situatie bezien is het dan ook niet verwonderlijk dat de doelstelling van deze eerste loge en later van de hele orde op het terrein van de maatschappelijke hulpverlening kwam te liggen. De opdracht voor de Odd Fellows was dan ook:
Deze opdracht is, vertaald naar onze tijd, nog steeds van toepassing voor alle Odd Fellows. Onder de bezielende leiding van Thomas Wildey kende de Orde in Amerika een geweldige groei. Bij zijn overlijden in 1843 telde de Orde al meer dan 200.000 leden verspreid over 42 staten.
Misschien vraagt u zich af hoe de orde aan de naam Odd Fellows komt. De Engelse uitdrukking Odd kan niet letterlijk worden vertaald. Het kan worden omschreven met de begrippen; "vreemd", "eigenaardig", "merkwaardig" maar ook "overtollig", "te veel" of "oneven". Ook kan het "los", "tussendoor" of zelfs "vreemdsoortig"of "eigenaardig" betekenen. "Odd" kan ook afstammen van het Engelse "oath" , hetgeen "eed" betekent. Fellow is iemand waar men iets gemeen mee heeft. Odd Fellow betekent zodoende veel meer eedgenoot dan vreemde kerel. Ook is het mogelijk dat "odd" een afkorting was van "od and wed" ( eed en onderpand) en "Odd Fellow" duidt op een organisatie voor onderlinge hulp, waar de leden door het afleggen van een gelofte toetreden.